Sneeuwwit

‘Ik reis alleen’, de debuutthriller van Samuel Bjørk (een pseudoniem voor Frode Sander Øien) die in 2015 in het Nederlands verscheen, was meteen een groot succes en betekende zijn internationale doorbraak als auteur. Dit eerste deel met Holger Munch en Mia Krüger was tevens het begin van een reeks die sindsdien in meer dan twintig landen is verschenen. Zowel in Zweden als in de Verenigde Staten wordt het boek verfilmd als televisieserie. Sneeuwwitje, gepubliceerd eind 2021, is het laatste deel in de serie en is een prequel op de vorige drie boeken.

De lichamen van twee 11-jarige jongens worden gevonden in een buitenwijk van Oslo. Ze liggen sierlijk languit, en tussen hen in ligt een dode vos. Holger Munch, het hoofd van het nieuwe onderzoeksteam dat de zaak moet oplossen, wordt gecontacteerd door de directeur van de politieacademie. Ze hebben een bijzonder begaafde student die zich onderscheidt van de anderen. Mia Krüger wordt in het team opgenomen en blijkt al snel een toegevoegde waarde te zijn: zij ontdekt dingen waar anderen nog niet aan gedacht hebben. Toch is het niet gemakkelijk om snel de identiteit van de moordenaar vast te stellen.

Wat daarvoor kwam. Dat is, in een notendop, hoe Sneeuwwitje gezien kan worden. De lezer heeft Holger Munch en Mia Krüger al in drie eerdere misdaadromans leren kennen, maar in deze prequel geeft Bjørk veel meer achtergrondinformatie over hen. De lezer komt onder andere te weten waarom Krüger in Munch’s nieuw gevormde team werd opgenomen. Fredrik Riis, een van de rechercheurs van de eenheid, krijgt ook relatief veel aandacht. Daarom kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat een gedetailleerde introductie van de personages het hoofddoel van de auteur is. De misdaad, die natuurlijk ook in dit boek voorkomt, is daaraan enigszins ondergeschikt.

Sneeuwwitje begint met een korte proloog die leest als een samenvattend verslag van de dood van twee 11-jarige Zweedse jongens acht jaar eerder. Afgezien van het feit dat deze inleiding zo is geschreven dat het lijkt alsof de moorden werkelijk hebben plaatsgevonden, maakt zij de lezer ook nieuwsgierig naar wat dit voorval met de rest van het plot te maken heeft. Dit wordt snel duidelijk, want de Noorse en de Zweedse zaak hebben veel dingen gemeen. Het politieonderzoek komt op gang en een groot aantal personages en verhaallijnen worden geïntroduceerd. De lezer vraagt zich af wat de laatste twee met het verhaal te maken hebben, maar uiteindelijk passen ze in de plot en begrijpt de lezer hun logica en doel.

Ondanks enkele onverwachte ontwikkelingen die zich in de loop van het verhaal voordoen en die je soms op het verkeerde been zetten, valt de spanning nogal tegen, al wekt het af en toe wel nieuwsgierigheid op. De belangrijkste boosdoeners zijn de gedetailleerde beschrijvingen van veel personages – hoe interessant ze ook zijn – en het grondige maar trage onderzoek van Munchs team. Pas in de ietwat onbevredigende ontknoping zijn er wat meer spannende momenten en komt er een echt thrillergevoel op gang. In deze laatste fase wordt de identiteit van de dader onthuld, hoewel hier moet worden opgemerkt dat zijn motieven voor de moorden helaas niet nader worden toegelicht. Tenminste één vraag blijft dus onbeantwoord voor de lezer.

Met Sneeuwwitje, uitstekend vertaald door Perpetua Uiterwaal en Liesbeth Huijer, bewijst Bjørk eens te meer dat hij een boeiend verhaal kan schrijven dat de moeite van het lezen waard is. Hij is er echter niet in geslaagd om deze prequel dezelfde intensiteit te geven als de drie voorgaande boeken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.